Akkoorden spelen met de juiste vingers
Het maakt uit met welke vingers je de vakjes indrukt. De juiste vingerzetting zorgt ervoor dat het wisselen van akkoorden veel makkelijker wordt — omdat je vingers vaak gedeeltelijk kunnen blijven staan. Daarna leer je twee technieken die je akkoordspel rijker maken: de barré en het dempen (muten).
Speel op je vingertoppen. Rechtop, zodat je naburige snaren niet per ongeluk dempt.
Duim achter de hals. Dat geeft je vingers ruimte en houdt je pols ontspannen.
Zoek gemeenschappelijke vingers. Bij Em → G blijft je houding deels staan — laat die vingers zitten.
Een barré-akkoord spelen
Bij een barré-akkoord leg je je wijsvinger plat over meerdere snaren tegelijk, in combinatie met een akkoordvorm. Je kunt de basisakkoorden in barré-vorm spelen voor net een andere klank, en sommige akkoorden — zoals F en Bm — zijn eigenlijk alleen als barré te spelen. In de video zie je wat een barré inhoudt en hoe je de techniek het beste aanpakt.
Wil je de barré stap voor stap oefenen met F en Bm? Dat doe je op de les barré-akkoorden.
Een gitaarakkoord dempen (muten)
In sommige liedjes sla je akkoorden tussendoor gedempt aan, voor een speciale, percussieve klank. In reggae hoor je dit bijvoorbeeld veel. Geeft een tab of akkoordschema aan dat je een akkoord gedempt moet aanslaan? Dan leer je in de video hoe je dat doet: leg je vingers licht op de snaren zodat ze niet doorklinken.
Pas de technieken toe in echte liedjes
In Gitaartabs Play zie je per nummer wanneer je een barré of een gedempte aanslag gebruikt. Speel mee op je eigen tempo.